Ik tracht Michel wat te jennen. Wie? Je weet wel, Michel, de
beroemdste blogger van Vlaanderen en omstreken. Zijn dochtertje Zelie
wordt op school gepest. Owie. Dat zit Michel effe hoog. Daarom
gebruikt hij z’n weblog om z’n woede te ventileren.
Waarom ik Michel jen? Eén fantastische reden: om meer bezoekers naar
m’n weblog te lokken. Het één miljoen bezoekers zit eraan te komen
maar vreemd genoeg: hoe dichter de teller nadert, hoe verder het
miljoen van me af lijkt te staan. Daarom besloot ik de teller wat te
helpen. Op de rug van machteloze Michel.
Aan alle nieuwe bezoekers: gedag! Nieuwsflash: GDB heeft jullie bij
jullie pietje. Ha. Ha ha!
Even ernstig nu: m’n gedrag is uiterst laakbaar. Ik besef het.
Maar ik veeg daar vierkant mijn zak aan.
Niet voor niets ben ik le mal aimé.
Trouwens, vroeger werd ook ik op school gepest. Wie eigenlijk niet?
Ik herinner mij het volgende voorval. Erg grappig eigenlijk. Nu ik
er jaren later aan terugdenk. Op het moment zelf was het minder
grappig maar alla.
Stukje voorkennis: m’n ma breide altijd. Elk vrij moment was de
drukdoener met naalden in de weer. Want breien betekende geld
sparen. En geld sparen betekende gelukkig zijn want vergeet het
nooit: ik kom uit een Westvlaams nest. Bull natuurlijk maar ach, zij
deed geen vlieg kwaad.
Mij berokkende het mens kwaad, ja! Ik had immers ‘het voorrecht’ haar
gebreide gedrochten aan te trekken.
Zo ook op die bewuste dag. Verschrikking in ‘t kwadraat: ik moest
naar school met een pull die m’n moeder gebreid had. Ik herinner me
het vestimentair foltertuig tot in detail. De kleuren waren wit en
zwart (spikkeltjes) en het betrof een wintertrui (dikke wol, erg
dik). De mouwen waren super aansluitend evenals de halsopening. Maar
de rest van de trui geleek op een patattenzak: zo los als de pest.
Op een gegeven moment staat de onderwijzer met z’n gezicht naar het
bord gekeerd. Ik zit op de eerste rij. Ik ben extreem braaf en leg
m’n poezelige oortjes te luister. Pure kennis neem ik tot mij. Ik
luister dus gretig naar wat de leraar aan het vertellen is.
Plots voel ik een hand in m’n rug die mijn trui vastgrijpt. De hand
trekt en trekt. Hij rekt de wol bijna een meter uit. De trui spant
zich geweldig rond m’n torso. Ik kan bijna niet meer ademen. M’n
hoofd staat op ontploffen. Ik kan niet anders dan achterover leunen
met m’n stoel. Als de stoel zich op de achterste twee poten
balanceert voel ik mij enorm machteloos. Overgeleverd aan de grillen
van de lul achter mij. Ik ben te verrast om woedend te zijn. En ik
heb het o zo warm van al die klotewol. Ik vervloek mijn ma. Stom
mens! Met al uw onnozele pullen! En uw betuttelingen!
De onderwijzer draait zich in slow motion om en de hand in m’n rug
laat gelijk los. Ik schiet naar voren en smak met een klap tegen m’n
lessenaar . Let me tell you: m’n wangen veranderden in rijpe
tomaatjes. Kopje naar beneden, hoor!
Heb ik daar trauma’s aan overgehouden? Aan dit voorval niet. Maar
aan andere, ergere dingen wel. Zoals die keer toen ik vol in het
gezicht werd gespuugd.
Daarom sympathiseer ik met Zelie. Ik wens de meid van Michel veel
sterkte toe. Doe zoals ik destijds, meisje: tracht niet in de
problemen te komen. Dan was m’n dag geslaagd. Eigenlijk hanteer ik
datzelfde motto vandaag nog. Best triest als je het mij vraagt…
draait nog een keer le mal aimé van Claude François *
staart voor zich uit *
pinkt een traantje weg *