Vanochtend stond ik op. Dat moest. Ik wilde eigenlijk blijven liggen. Maar dat ging dus niet. Door omstandigheden. Zoals de dag die aanbrak. En de koffie die gezet was. En m’n lief die was opgestaan. Zij is een ochtendmens, ziet u, en nee, zij kan daar ook niets aan doen. M’n knuffelkont moet er trouwens elke dag vroeg uit om haar moesje te verzorgen.
Wat is vroeg, hoor ik u opwerpen. Vroeg is acht uur. Het begrip vroeg is relatief (tenzij het om de verleden tijd van vragen gaat – wat compleet niet grappig is). Acht uur voor een postman is laat. Acht uur voor iemand die ‘s nachts werkt is supervroeg. En acht uur voor de wijzers van de klok is een tik als een ander.
Ik bedoel maar: mijns inziens ben ik vroeg opgestaan. Ik sta elke dag vroeg op omdat mijn lief dat ook doet. Mocht ik echter toegeven aan m’n natuurlijke aanleg voor totale luiheid, ik zou elke dag tot elf, twaalf uur in m’n nest blijven liggen. Me omdraaien, m’n neusje in de dekens parkeren, foezewoezen, een flard dromen, m’n leuter lichtjes beroeren af en toe en ga zo maar door. Ja, ik weet wel wat gedaan in bed: absoluut niets.
Heb ik al getypt dat ik vroeg ben opgestaan heden ochtend? Ja? Nou, nadat ik me uit bed had gesleept raakte ik bijna betrokken in een dodelijk ongeval. Owie, zult u denken, wat spannend! Inderdaad, het scheelde werkelijk geen bosnegererinnenpreuthaartje of ik was van de trap gedonderd. Ik stond namelijk klaar om naar beneden te stommelen toen ik ternauwernood m’n onderste lip nog kon optrekken. Pffieuw! Was me dat een opluchting! Had ik niet uit m’n doppen gekeken, ik was over m’n lange lip gestruikeld, met alle gevolgen vandien en in de eerste plaats een gebroken nekkie, durf ik te wedden.
Eénmaal ik naar beneden was gestrompeld, merkte m’n lief m’n lang gelaat op. M’n schat hield haar snoetje maar ik zag het in haar ogen. Die hadden in een flits opgepikt dat ik niet bepaald het zonneschijntje in huis was. Voor mijn soort humeur bestaat een woord: ochtendziekte. De ziekte gaat net niet gepaard met koortsaanvallen en extreem braken. Plus: een boterhammetje met pruimenconfituur lust ik ook al niet op dat tijdstip van de dag. Om maar te typen: des ochtends ben ik niet te genieten. Niet.
M’n humeur maakte het zo bont dat m’n lief alras het hazenpad koos met de klemtoon op alras. Achteraf voelde ik me zo… zo ongelooflijk bezwaard en schuldig en heel erg slecht. Ik dronk sloten koffie. Ik wilde het goed maken en belde met m’n lief, die heel erg begripvol voor mij was. En wij maakten het goed en nu zit ik te typen en ik denk: GDB, je bent een volbloedeikel.
En het klopt. Maar hey! Ik ben wie ik ben. ‘s Ochtends Jekyll, ‘s avonds Hyde.
Daartussenin GDB, veronderstel ik.
Complex ben ik, daar zijn geen woorden voor.
seffens ben ik de laatste der mohicanen
ik sta altijd vroeg op wnat ik ben al de deur uit voromijn geest beseft da tik op moet staan
Comment door jeronimo — juli 4, 2008 @ 2:18 pm
En in je dromen een groot schrijver?
(Niet slaan! Niet kloppen! ‘t is al lachend, maar dat moet je er tegenwoordig bijzeggen op elke blog!)
(Heb dit vandaag pas ontdekt, deze blog verdient nader onderzoek. Maar ‘t zal voor vanavond zijn.)
Comment door Aïda — oktober 25, 2008 @ 11:38 am