Ik kan klagen over van alles en nog wat. Over het werk waar ik baas moet spelen. Over Skynet en m’n blogs waar ik niet meer op geraak. Over het drukke verkeer dat ik dagelijks met m’n fiets moet trotseren. Over bijna alles kan ik zeuren. Maar ik doe het niet. Dat komt omdat ik in de grond een zeer positief ingesteld persoon ben. Niemand zal het beamen en hoe komt dat? Omdat ik m’n positieve attitude verberg. Positief is niet hip. Het is niet cool. Optimisme is out.
Ge zijt weer met ons voeten aan het rammelen, GDB, hoor ik her en der opperen. Toch is het niet waar. Ik ben een zonneschijntje. Vraag maar aan m’n lief hoe ik ben. Mocht ge m’n lief vragen: is GDB een lachebek dan zal zij zonder twijfelen ja antwoorden. Dat moet zij van mij. Ik heb haar dat opgedragen. Bevolen als je een negatieve term wilt gebruiken.
Ik geloof erg in de gehoorzaamheid der vrouwen. Als een vrouw al niet meer naar haar man luistert, waar sta je dan, als man? Je staat zo al eenzaam genoeg in het harde leven van alledag met je miljoenenkudde in het rond springende zaadcellen.
Maar ik heb een afwijking. Ik bedoel, ik wijk af. Waar had ik het over? Wel ja, dat ik welgemutst en blij en dartel als een spring-in-het-veld leef. Hoei. Hoei. Is een Waalse gemeente. Ha. Ha. Ha niet, Ha is geen gemeente. Zie je wat ik bedoel? Met mij is het altijd lachen geblazen of het scheelt geen vaginaal haar.
Even ernstig nu. Dat kan ik ook: ernstig wezen. Ernstig wezen maakt zelfs een essentieel onderdeel van mij uit. Maar ook dat houd ik angstvallig geheim. Want met ernst pak je niet uit. Je zegt niet kwansuis als je op café met je maten aan de toog hangt te lallen: nu even ernstig, jongens, ik heb genoeg gelachen en jullie ook – ik merk het aan jullie neanderthalkaken die zo meteen uit de kom schieten.
Over luttele ogenblikken moet ik de gang naast de trap vrijmaken. Daar staat allerlei rommel op mij te wachten tot ik het oppik en elders neerpoot. Welke rommel? Een fiets, een strijkplank en kussens. Als ik de gang heb vrijgemaakt kan ik de kelderdeur openen en daal ik de steile trap af om de watermeterstand op te nemen. De stand zal ik vervolgens doorbellen naar de Antwerpse Water Werken. Zie je: ik ben één en al ernst.
Ernst moet niet te lang duren. Een paar ogenblikken per dag is genoeg. Vind ik. Dan is het weer lachen geblazen met GDB. Ha Ha. Het is verdomd spijtig dat ik alleen thuis ben. Ik kan moeilijk voor de spiegel post vatten en een mop vertellen. Trouwens, ik durf te wedden dat ik hem al gehoord heb. Maar het is de manier waarop je hem vertelt, GDB!! Misschien hebben jullie gelijk. Ik zal straks eens de spiegel opzoeken (na het opmeten van de watermeterstand). Eens kijken wat dat geeft.
Hel en duivel, ik ben pathetisch. Zielig. Maar vertel het aan geen mens. Zij zouden in hun broek pissen van het lachen. GDB pathetisch, zouden ze in ongeloof uitroepen. Een pateeke, ja, zou m’n lief zeggen, niet pathetisch.
Welk pateeke ben ik, zou ik dan vragen.
Een roompateeke, zou m’n engel antwoorden, mijn roompateeke.