Mijn naam is Erik Edelweis. Ik oefen het edelachtbare beroep van detective uit. Te allen tijde neem ik zaken zeer ernstig op. Ik lach nimmer en ben een kei in wat ik doe. Onlangs waarschuwde Harry Hakopdetak mij dat ik gevaar liep, waarna hij van de brug sprong. Ik zette een stapje opzij, zoniet had dat springkonijn mij verpletterd. Bedaard wandelde ik naar mijn kasteel, en verschanste mij veilig achter mijn kantelen. Kantelen is niet gelijk aan kantelen. Vreemd! Terwijl ik mij in deze interessante taalkundige kwestie verdiepte, vroeg ik mij af waarom Harry een ordinaire brug boven mijn kantelen had verkozen. Wat een eikel!
De telefoon rinkelde. Of ik direct kon komen, Harry Hakopdetak was dood aangetroffen. “Nee,” zei ik bij gebrek aan interesse. Een zaak uitspitten, in orde; het verloop kennen van een zaak: ja, maar de oplossing op voorhand weten, nee, dat is van het goede teveel.
Toch slenterde ik naar de plek waar Harry heel erg op moes lag te lijken.
“Het lijk lijkt erg op moes” zei ik onbewogen.
“Ja, precies compote” antwoordde Zorze Zakvaccinatie. Hij was de eerste neger die in politieverband werkte. De anderen schraapten de hele dag hun smegma bij elkaar, of verzamelden ringmappen van de Aldi. En vadertje staat maar betalen, het was een schande, hoewel geen regelrechte.
Ik nam mij voor Zorze te schorsen vanwege een flagrant gebrek aan objectiviteit. Tot ik mij herinnerde dat ik zelfstandig mijn brood verdiende en dus met de flikken geen uitstaans had. Met het getetter over eten had ik honger als een paard gekregen. Doodgemoedereerd wandelde ik naar de dichtstbijzijnde pitta-shoarma zaak. Daar vroeg ik of ik kon bellen. “At the back, sir” antwoordde een Turk, wiens vettig haar ik nog niet met chirurgenhandschoenen en een tang had willen vastpakken. Behoedzaam sloop ik door de louche tent, telefoneerde met m’n hand op de kolf van m’n Magnum en bestelde een pizza.
Daarna repte ik mij naar mijn kasteel waar ik mij veilig achter mijn kantelen verschanste. Wie deed mij iets? Ik daalde af naar mijn knusse keuken en wokte cantharellen met uien.
Die nacht liet ik ontelbaar veel scheten.
ik doe ook niet anders dan scheten laten…niet in flessen wel in mijn slippen.
Comment door lord cms — september 3, 2006 @ 12:15 pm